In vertellende beelden reikt Chantal Chapelle een eindeloze natuurervaring aan.
De voortdurend voortschrijdende natuur wordt met uitzonderlijk meesterschap vastgelegd. Chapelle laat je met subtiele verfstreken de lucht, het licht, het water ervaren. De schilderijen lopen verder over de rand, over de tijd.
-
°Mortsel 1954
Docent Schilderkunst KDG Antwerpen
Opleiding: Sint Lucas Antwerpen
-
Paintings
Chantal Chapelle (Mortsel, *1954) is een volhardende, consequente, figuratieve' schilderes, die al een hele loopbaan achter zich heeft. met tentoonstellingen vooral in Belgié en Nederland, maar ook in vele andere Europese landen.
Ze schilderde en schildert vooral landschappen en marines, meestal in donkere tinten, met weinig of geen sporen van menselijke aanwezigheid; haar werk heeft dan ook een onthechte, contemplatieve inslag.
Zowat om de twee jaar stelt Chapelle tentoon in de Antwerpse galerie Het Vijfde Huis, nu al voor de vierde keer. Dit keer zijn al haar werken 'zeelandschappen", wat wellicht te danken is aan het feit dat ze een stekje huurt aan de Belgische kust, veel over het strand wandelt en ter plekke ook schildert. Opvallend is dat ze in deze reeks werken vooral aandacht heeft voor het water en minder voor de lucht: de horizonlijn ligt, als ze er al is, hoog op het doek. De bewegingen, golfslag, de turbulentie of de kalmte van het water geeft ze weer met acryl in getemperde kleuren, wat zorgt voor een sterke sfeervorming. maar ook voor een grote(re) transparantie. Licht en donker spelen op elkaar in: soms haalt het ene het, soms het andere. Meer en meer treedt een verdichting het werk van Chapelle; geen verderschrijdende abstrahering, maar wel een toedekken van het banaal zichtbare met een atmosfeer van ruisende stilte en eenzaamheid.
Marc RUYTERS, juni 2014
De eerste individuele tentoonstelling van Chantal Chapelle dateert van 1978. De Belgische staat, het Vlaamse parlement, de Vlaamse Gemeenschap en belangrijke privé-verzamelingen hebben werk van haar in bezit.
-
*..... I've been thinking more about your art work. As I said, I'm not at all visually oriented. I feel much more at home in the world of ideas that are cast in words. So it's very difficult for me not to feel at a loss in front of visual material that I cannot somehow transpose into the more familiar medium of language. I also think that, eventually, everything as it were wants to be "told," even without being explained or interpreted or otherwise reduced.
Well I think I may have found something that gives me a better handle on your work. It makes sense to me if I think of your paintings as visual metaphors, that is, visual allusions or gestures that express bits of human truths or human experience in the form of patterns or analogies. Another way to put it is to see your paintings as visual aphorisms - short, self contained, self sufficient, self justifying, and utterly self explanatory statements about univeral human themes that are cast in the visual paradigms of space, shapes, light, shades, contrast, stillness, movement...."
Dr. Dan Chapelle, september 1999, Boston.."
-
Chantal Chapelle (Mortsel, °1954) is een volhardende, consequente, `figuratieve' schilderes, die al een hele loopbaan achter zich heeft, met tentoonstellingen vooral in België en Nederland, maar ook in vele andere Europese landen.
Ze schilderde, schildert en etst vooral landschappen en marines, meestal in donkere tinten, met weinig of geen sporen van menselijke aanwezigheid; haar werk heeft dan ook een onthechte, evasieve, contemplatieve inslag.
Naast grote zeegezichten en dreigende luchten zijn er ook kleine strandgezichten te zien, waar mensen, soms vergezeld van een hond, heel bescheiden en klein in rondlopen. Hier beleef je rechtstreeks de mens en zijn nietigheid ten opzichte van de natuur. De intense beleving van water en lucht komt steeds terug in haar werk. Vooral in haar etsen spelen licht en donker op elkaar in: de techniek bij uitstek om zwart met wit te laten confronteren in een dramatische setting: soms haalt het ene het, soms het andere. Meer en meer treedt een versobering op in het werk van Chantal Chapelle; geen verder schrijdende abstrahering, maar wel een toedekken van het banaal zichtbare met een atmosfeer van ruisende stilte en eenzaamheid.
In de werken van Chantal Chapelle spat de energie eraf. Zij balt haar beleving van de natuur samen in heel uiteenlopende schilderijen die de sfeer van de zomer, de ontembaarheid van de zee en de oneindigheid van de lucht laten zien. Sommige werken zijn stil, bij andere zou je als het ware de vogelgeluiden en het bulderen van de zee kunnen horen.
Water en lucht zijn belangrijke thema’s in het werk van Chantal Chapelle. De liefde voor het water zit in haar genen.
-
Het voorbije decennium heeft Chantal Chapelle een œuvre opgebouwd dat beeldend en inhoudelijk een grote eenheid vertoont. Haar tekeningen, schilderijen, objecten, installaties ... geven blijk van een oorspronkelijke, vasthoudende gedrevenheid. Chantal Chapelle slaagt er in bevreemdende fascinerende kunstwerken te creëren. Haar beelden dragen mentale dimensies uit waarin tijdelijkheid en ruimtelijkheid bezwijken. En toch gaat het telkens opnieuw over beweging. Over de dagelijkse complexe vaak bedreigende en tegelijkertijd boeiende realiteit, over hoe vanzelfsprekend wij die ondergaan, ermee omgaan en vooral ook erin overleven. Over onze onzekerheid, onze nietigheid tegenover de superieure krachten van door mensen gecreëerde
structuren en netwerken, complexe materiële en immateriële constructies die als het ware een actuele vertaling vormen voor het onvermogen waarmee onze voorouders kampten om de omringende natuur en de oneindigheid van het universum te vatten. Over de samenhang tussen al wat is. Over onze persoonlijke verlangens en de verwachtingen of beperkingen die onze omgeving opleggen.
Cantal Chapelle spreekt de sensibiliteit bij de beschouwer aan, wil een sublieme ervaring oproepen. Haar creaties vertonen meerdere gelaagdheden, nuances van stilte, gespannen rust en ruimte, eenzaamheid en geborgenheid. De zintuiglijke waarneming en het verlies van het zelf staan centraal. Er wordt geen verleden of toekomst gesuggereerd. Haar beelden zijn plaats, tijd, taal noch cultuur gebonden. Kortom, in elk opzicht onttrokken aan het hier en nu.
Structuur, licht en riumte zijn voor de kunstenares belangrijke elementen. Waar deze oppervlakkig gezien het minst tot uiting komen blijken ze het meeste zeggingskracht in te houden. Ze streeft er naar met zeer weinig veel te suggereren. Enkele vlakken of lijnen zijn voldoende om een dwingend kader te plaatsen. Een minimale lichtinval maakt zoveel tastbaarder maar tegelijkertijd de duisternis, vorm gegeven met intens zwart pigment, veel donkerder. De beklemmende ruimtes lijken wel nergens op te houden. Er is steeds meer dan wat je ziet, een ondefinieerbare voelbare aanwezigheid. Vaak verschijnen in haar schilderijen anonieme schaduwen die net als de hiervoor aangehaalde elementen nog het meest aanwezig zijn als ze grafisch vrijwel ontbreken. Haar beelden bieden de beschouwer telkens weer een verrassend perspectief.
Zowel inhoudelijk als technisch is het werk van Chantal Chapelle opgebouwd uit tegenstellingen die naadloos in elkaar op- en overgaan.
Resultaat is een fragiel, vanzelfsprekend evenwicht. De kwetsbaarheid, de fundamentele aan en afwezigheid van de menselijke figuur, laat sporen na. Ook de leegte is als figuur een centraal gegeven, vaak beklemmend, een mengeling van angst en verlangen. De gevoelens waarmee ze confronteert kunnen doorgetrokken worden tot lichamelijke associaties, bijna lijfelijke gewaarwordingen.
Chantal Chapelle confronteert ons in haar kunstwerken met beelden, emoties die door ieder van ons beschouwd worden als behorend tot de persoonlijke gevoelswereld. Vor de beschouwer zijn er
gewaarwordingen
van een vanzelfsprekende (h)erkenning, van
vermoedens van verwantschap, van het flarden van zichzelf zien. Haar creaties werken in op het verzonken onderbewustzijn, doen ons ervaringen herbeleven die ons vertrouwd voorkomen maar telkens weer door de vingers glippen ... gevoelstoestanden die nodig zijn om te overleven in een realiteit die ver staat van onze zintuiglijkheid.
De werken van Chantal Chapelle laten ruimte voor de ervaring van het
kijken. Achter de voorstelling gaat een mysterie schuil. Alles verbergt zich achter het verschijnen en verdwijnen. De kunstenares roept iets op dat zich onttrekt aan het zien. Zij legt een moment vast dat buiten onszelf staat en tijdens het welke je net toch nadrukkelijk op jezelf bent geworpen, introspectief starend, wezenloos bedachtzaam, uit het hier en nu onttrokken, alert instinctief. In die zin zijn het ook eigentijdse sacrale beelden, momenten van verstilling. Het stil worden in de ervaring van de in alles aanwezige samenhang der dingen.
Chapelle put uit de chaos van indrukken die dagelijks op ons afkomen, uit de onmiddellijke leefomgeving van ieder van ons, uit de essentie van ons bewegen. De kwetsbaarheid, de twijfel, het onbestemde, het zoeken, hopen, dromen, verlangen, onzekerheid, geborgenheid. Zij slaagt er in pretentieloze universele beelden te creëren. De illustratie is onbelangrijk en ver weg.
De suggestie staat centraal. Het niet
definieerbare verlangen naar het onbestemde.
Chantal Chapelle creëert beelden die lang niet vanzelfsprekend zijn
maar toch voor zich spreken. Gelijktijdig toegankelijk en hermetische zijn. Zij wil iets meedelen. Op een bedachtzame manier emoties, gevoelens en verlangens aanspreken en daarbij ver van het oppervlakkige bijven. De figuratieve connotaties zijn slechts aanleiding. Zij gelden als bakens, die het de beschouwer toelaten zich los te maken voor de gewaarwording van de essentie, de onthechting, het sublieme opgaan in een verlangen, de (h)erkenning van een stukje van zichzelf die hij slechts uiterst zelden bewust ervaart.
-
Chantal Chapelle
In het beeldend werk van Chantal Chapelle komen drie dingen samen: de schilderkunst, het landschap en de abstractie. Tegelijkertijd behoort Chantal Chapelle tot die kunstenaars die op zoek zijn naar een essentie, die niet van formele of van realistische, maar van spirituele aard is. Het medium dat ze daarvoor inzet, is haast onveranderlijk de schilderkunst. Precies omwille van deze opeenstapeling van paradoxen sluit ze zeer dicht op de tijd aan.
Dubbelzinnigheden, tegenstrijdigheden, gelaagdheid en meerduidigheid zijn begrippen die vandaag meer dan actueel zijn, zeker in de wereld van de beeldende kunst. Epitheta als metaforisch, symbolisch en metafysisch komen al gauw op, wil je haar schilderijen uitleggen, maar belangrijker en nuttiger lijkt het me dieper in te gaan op de actualiteit van haar werk binnen de moderne traditie.
Chantal Chapelle heeft al een lange en indrukwekkende carrière als schilder
achter de rug. Haar eerste individuele tentoonstelling dateert van 1978. De Belgische Staat, het Vlaamse parlement, de Viaamse Gemeenschap en belangrijke privé-verzamelingen hebben werk van haar in bezit. Chapelle is al die jaren consequent de schilderkunst trouw gebleven, doorheen de verschillende golven van opkomende en verdwijnende stromingen en trends, soms tegen de tijd in. Ook de keuze van haar onderwerpen is kenmerkend: water en lucht, architecturale en urbanistische vormen, bergtoppen. Deze stuk voor stuk schilderkunstige thema's bij uitstek vormen een geheimzinnige, etherische cluster van silhouetten of afschaduwingen van mensen en dingen, van golven, wolken, boten, deuropeningen, bouwwerken, borstweringen, schaduwen. Terwijl de nieuwe media de blik almaar versnellen, en ook de musea en galerijen daarin meegaan, houdt Chantal Chapelle vast aan de vertragingstechnieken van de schilderkunst. Tegelijkertijd zit ze de tijd op de hielen.
Het beeldscherm van de schilderkunst is geen plat, glad of transparant oppervlak zoals dat van televisie, videomonitor of computer. Er is altijd een dikte, een reliëf, een gelaagdheid, hoe minimaal ook. De eigenschappen van de verf op het schilderdoek blijven in de schilderijen van Chantal Chapelle duldelijk zichtbaar en spelen er een rol, eigen aan het medium, al is het niet die van de traditionele, traag voelende en traag drogende olieverf maar van de dunnere en snellere, synthetische acrylverf. En ook al blijven de voorstellingen herkenbaar, ze vallen nooit samen met de 'realiteit' omdat ze vastzitten aan het oppervlak dat uit verf en doek bestaat. Het is voor haar een uitgemaakte zaak dat de perfecte nabootsing niet het doel is van de mimesis. Chapelle wordt verleid door de charme van de imperfectie, de afwisseling in dikte en de steeds weer anders aangebrachte verf op het oppervlak. Schilderijen treden niet in concurrentie met
'de werkelijkheid'. Ze hebben hun eigen realiteit.
Voor Chantal Chapelle bestaat er geen twijfel, de schilderkunst blifft superieur.
Extreem zintuiglijke schilderkunst. Tedere strelingen van de verfstreek, die ondanks hun timiditeit een heftigheid of een opvallende materialiteit vertonen.
Alsof deze in aanraking met het oppervlak van het doek tot een onderhuidse
beweging komen. Gestes van schilderkunstige aard, die bij nadere beschouwing een ouderwets illusionisme nieuw leven inblazen met behulp van milieuvriendelijke, klare verf. Geen analysering van de verfstreek zoals bij impressionisten als Monet en Cézanne, maar een liefdevol fetisjisme.
Ondanks die consequente voorkeur van Chapelle voor de schilderkunst is het
medium geen doel op zich zoals voor de modernen van de twintigste eeuw. Niet in het medium ligt de essentie van haar werk, maar in het met verf op doek aangebrachte motief. Zij sluit hier eerder aan bij de pioniers van de modernen van de negentiende eeuw, bij schilders als Monet en Cézanne, maar met de nuance zoals die door Monet is verwoord: 'Het motief staat voor mij niet meer centraal. Wat ik wil weergeven is wat er tussen het motief en mij gebeurt.' Daarom ook, dank zij het minimale gewicht van het motief, werken beide schilders dikwijls in series, om almaar dieper in het schijnbaar alledaagse en soms zelfs schijnbaar nietszeggende motief door te dringen. Het is geen toeval dat ook dat bij Chapelle is terug te vinden.
De plek waar die ontmoeting tussen motief en kunstenaar plaatsvindt, is het doek. Zo wordt het onmogelijke mogelijk: in het proces van de obsessionele en subjectieve zoektocht naar de diepgang van het motief treffen realisme en abstractie elkaar. Slechts vanuit die contradictie is het ontstaan van de moderne schilderkunst te begrijpen, en alleen vanuit die ontmoeting is het werk van Chapelle te begrijpen. Het schilderij wordt eerder een beeld van zijn eigen wordingsgeschiedenis dan van een voorgestelde werkelijkheid daarbuiten. Dat geldt zowel voor Cézanne als voor Chapelle, ook al liggen de overwegingen en aspiraties van de ene op het formele vlak, en die van de andere op het spirituele.
Zoals Chantal Chapelle een voorkeur voor een medium heeft, zo heeft ze ook een favoriet motief: het landschap. Ook hierin verschilt ze niet van de eerste modernen. Cézanne's late werk wordt beheerst door enkele steeds terugkerende motieven. Deze schilder, zonder wie de ontwikkeling van de abstracte kunst ondenkbaar is, is als geen ander aangetrokken tot het motief van het landschap.
Vooral het landschap van de Montagne Sainte Victoire daagt hem uit. Maar om het werk van Chapelle efficiěnter te laten aansluiten bij de modernen, moeten we nog meer terug in de tijd naar een landschap van Caspar David Friedrich, Der Monch am Meer van 1808, volgens sommigen het eerste moderne schilderij.
Friedrich is vooral bekend voor zijn extreem nostalgische en symbolische
landschappen. Zijn eigenzinnige 'Raumbildung' is kenmerkend. Friedrich doorbreekt de planmatige dieptestructuur van de klassieke landschappen van bijvoorbeeld Poussin of Ruisdael, waarin de ruimte coherent doorloopt van de plaats, waar de kijker staat, naar het verste punt op de horizon. Friedrich geeft geen aanwijzing over de plaats vanwaar het tafereel wordt gezien. Er ligt een kloof tussen de kijker en het landschap. Zij/hij krijgt geen voeling met de voorgrond, bevindt zich hoog boven het tafereel en lijkt te duizelen voor een bodemloze afgrond. Ook Chapelle's schilderijen brengen de kijker uit balans en bezorgen hem/haar duizelingen. Maar daar waar Friedrichs landschappen bestaan uit een voorgrond en een achtergrond, met weglating van een middenruimte, lopen bij Chapelle de voorgrond en de achtergrond in elkaar over tot een oneindige ruimte die zich eindeloos ver en diep lijkt uit te strekken. Zoals bij Friedrich is het resultaat een grenzeloze 'Freiraum", dat nergens een aanknopingspunt biedt voor oriëntering.
Die 'vrije', onbestemde en ongekende ruimte werkt als een vacuüm. Door het ontbreken van vastheid, versterkt door de weloverwogen keuze voor nauwkeurig uitgesneden zeegezichten, berggezichten, lege pleinen, hoge luchten en onscherpe contouren, wordt de ruimte ontastbaar, immaterieel, spiritueel. Je verliest je in die ruimte. De ruimte voert je verlangen mee en neemt het op in haar leegte, in haar diepte, in haar verte. De gevoelsmatige betrokkenheid van de mens tot de oneindigheid wordt bestempeld als het wezen van de transcendentie.
De kunstkritiek spreekt van de uitbeelding van het 'sublieme'.
Tegenover de landschapschilderkunst van Friedrich heeft de kunstgeschiedenis
daarom de neiging het precies omgekeerd dan bij Cézanne aan te pakken. Een oeuvre uit het begin van de negentiende eeuw zoals dat van Friedrich geeft eerder aanleiding tot een thematische benadering. Cézanne's werk uit het begin van de twintigste eeuw trekt vooral de aandacht op zijn vormelijke kenmerken. In het werk van Chapelle komen de twee samen. Ondanks de nadrukkelijke aanwezigheld van het motief is er even onmiskenbaar een drang naar abstractie.
Veel narratieve en anekdotische elementen zijn er nooit in haar werk geweest en daar waar ze summier aanwezig zijn in de vorm van silhouetten van gebouwen, boten en mensen verwijzen ze naar grote, universele, abstracte thema's. Ze haalt graag in dit verband het werk van Mark Rothko aan en vooral van Anish Kapoor, die in een interview beweert: 'I felt more and more the need to move away from the narrative.'
Met verschillende transparante verflagen op elkaar ontneemt Chapelle bovendien
de contourscherpte van de voorstellingen. Deze gaan niet de confrontatie aan met
'de werkelijkheid'. Ze zijn uitsluitend hun eigen realiteit en daarom net zo goed abstract. Maar figuratief en abstract zijn geen tegenpolen, een stelling die bepalend was binnen het modernisme. De kunst is geneigd haar 'moderne' begin te laten samenvallen met de geboorte van de abstractie. Het 'zwarte' of meer nog het 'witte' vierkant van Malevitch wordt beschouwd als haar embleem. Maar het eerste moderne schilderij is een landschap en dateert ult het begin van de 190e eeuw. In zijn grijze monotonie en leegte is Der Monch am Meér van Caspar David Friedrich bijna abstract. We bevinden ons op de drempel van het onzichtbaar worden van de schilderkunst, die zich van alle zintuiglijkheid en materialiteit bevrijdt en zuivere spiritualiteit wordt.
Het oeuvre van Chantal Chapelle getuigt van een groelend inzicht om zo
spaarzaam en strategisch mogelijk met verhalende elementen om te gaan. In recente schilderijen, zeegezichten en berglandschappen, zijn alle bijkomstige verwijzingen naar herkenbare realiteiten weggelaten. Ze benaderen de abstractie en appelleren meer nog dan vroeger aan universele gevoelens en verhoudingen.
Dat lijkt overmoed, en żelfs stoutmoedigheid, maar in feite is het vertrouwen in zichzelf en in de kunst. De kunstenaar is bereid af te wachten en toe te laten dat de betekenis zelf tot stand komt. Zij wil niet de regie tot in de laatste details in handen houden. Zij laat het beeld zijn eigen betekenis genereren. Maar vrijheid van betekenis is niet hetzelfde als de 'conceptuele' vrijheid van interpretatie, en heeft evenmin iets van doen met een 'symbolisch' mystiek zwijgen of een
'surrealistische' metafysische stilte. Chapelle wil enkel in deze vrijheid van betekenis de autonomie van het beeld bevestigen.
Anish Kapoor, wiens werk ze bewondert, zegt: "Mijn rol als een kunstenaar is tot uitdrukking te brengen; het is niet mijn rol lets uit te drukken. Ik heb niets speciaals te zeggen, ik heb geen boodschap mee te delen aan lemand. Maar het is mijn rol tot uitdrukking te brengen, zeg maar, middelen te definiěren die fenomenologische en andere percepties toelaten die men zou kunnen gebrulken, waarmee men zou kunnen werken, en die dan naar een poětische inhoud te drijven.'
Chantal Chapelle legt zoveel kracht in het motief dat de betekenisgeving niet langer het domein van de kunstenaar, noch van de kijker is, maar door het beeld zelf wordt voortgebracht. Die kracht vinden we ook in de romantische landschappen van Friedrich, in de abstracte schilderijen van Mark Rothko, in de sculpturen en tekeningen van Anish Kapoor. Deze zegt: "Meer en meer wilde ik werk maken in de richting van ervaring en weg van vorm, in zekere zin iets dat je letterlijk verzwelgt, dat je letterlijk een gevoel van duizeligheid geeft, van desoriëntatie, om het even, zo dat het meer en meer een lichamelijke belevenis wordt.'
De duizeling is een gevolg van de zuigende diepte in het beeld. Die diepte vindt Chantal Chapelle onder meer in het thema van de zee, in de eindeloze verte die leidt naar een onbereikbare horizon en waarin de blik ongehinderd spel heeft, maar ook in de natuurelementen zelf van water en lucht. Daarom is hier de term
'nausea' zeer op zijn plaats. De monotone duchromie van deze zeegezichten doen denken aan de donkere monochromieën van Rothko. Figuratie en abstractie ontlopen elkaar niet in Chapelle's schilderkunst.
Vooral in de zeegezichten, maar ook in de architecturale landschappen en in de naar de abstractie neigende tekeningen is de diepte niet alleen een techniek of een procédé maar vooral een thema. Het lichaam verliest in het beeld niet alleen oriëntatie en evenwicht, maar wordt ook deel van de diepte, zinkt erin weg en laat uiteindelijk tijd en ruimte achter zich. Vanzelfsprekend daagt hier het beeld op van de kosmische zwarte gaten waarin de ruimte ophoudt te bestaan en de tijd tot een einde komt. Maar deze vergelijking gaat niet op voor wat het licht betreft. Uit een zwart gat ontsnapt geen licht, terwijl de schilderijen van Chapelle, zoals Friedrichs landschappen, lijken te worden verlicht van binnenuit.
Mark Rothko was van mening dat zijn donkere doeken uit het einde van de jaren
'50 het beste tot hun recht kwamen tegen getinte wanden en gedempt belicht. In het halfduister begonnen volgens hem het laag over laag aangebrachte blauw, paars en zwart zelf licht uit te stralen. Zijn schilderijen werken als verfschermen. Rothko had trouwens hetzelfde op het oog als de televislemakers, de kijker raken en ontroeren. Het feit dat talloze mensen ineenstorten en beginnen te huilen wanneer ze in aanraking komen met mijn schilderijen, laat zien dat ik communiceer met fundamentele menselijke emoties'
Omdat de kracht van het beeld ligt in de intensiteit van het licht achter het
oppervlak, doet het er minder toe of die oppervlakken groot of klein zijn. Daarom variěren de formaten van Chapelle's schilderijen van enkele decimeters tot enkele meters. Opvallend en tekenend is dat de vorm meestal horizontaal of vierkant is, zelden verticaal. Ook hierin wijken ze niet ver af van het kleine beeldscherm en het filmdoek of het breedbeeld.
Vandaag de dag staan schilders tegenover de nieuwe media van film, video en computer. Ze experimenteren niet alleen met het display en de werkwijze, maar ook met het intensieve licht van beeldschermen en monitoren. Niet het licht dat op de dingen schijnt en ze zichtbaar maakt, maar het licht dat vanachter het beeld straalt en het uit de duisternis doet oplichten. De uitdaging bestaat erin om met verf een equivalent te vinden voor het zinderende pulserende licht dat vanachter de schermen komt. Chantal Chapelle is gefascineerd door het spel van licht en duisternis dat diep achter en onder de verflagen ligt, of diep achter en onder de 'werkelijkheld", een kosmisch licht dat buiten het berelk van de mens schijnt en onvergankelijk lijkt.
Paul Van Beek, juli 2006
-